foto, film en geschiedenis van Nuth vroeger

zondag 13 maart 2011

OPHEFFING EN INLIJVING VAN VAESRADE (3)

Deel 3. Salaris van de veldwachter en oud burgemeester

Hiermede was gebiedsuitbreiding van Nuth afgehandeld maar de veldwachter van Nuth kreeg nu meer werk. Dit moest hoger gehonoreerd worden. De commissaris had hierover reeds een brief geschreven aan het gemeentebestuur van Nuth d.d. 20 Augustus 1821, met de uitnodiging om aan te geven waaruit de veldwachter zou worden gesalarieerd.

De gemeenteraad zei dat de veldwachter in vroeger jaren op de eerste plaats f 25,-- salaris kreeg. Voor verdere betaling had de veldwachter ten tijde van de oogst van elk der beste eigenaren van onheugelijke tijden af een korenschoof genoten. Dit mocht niet meer volgens de brief van de Commissaris.

In de begroting van 1822 was reeds voorgesteld om het salaris van de veldwachter te verhogen tot f. 50,-- omdat Vaesrade bij Nuth was gevoegd en “deze beambter over een grotere uitgestrektheid de waakzamheid in het Veld moet uitoefenen”.

Wegens verlies van de korenschoof stelde de raad voor het salaris vanaf 1822 jaarlijks vast te stellen op f. 75,--. Daarbij zou dan het bestaand gebruik van het geven van een korenschoof aan de veldwachter voor goed buiten effect gesteld zijn en in de gemeente Nuth niet meer mogen plaats vinden.

Enige jaren later wendde zich de oud-burgemeester Ritzen van Vaesrade tot Gedeputeerde Staten, omdat hij geen genoegen kon nemen met het hem toegekende salaris over het laatste jaar van zijn ambtsperiode te Vaesrade. De gemeenteraad van Nuth, meende echter dat het uitgekeerde salaris van f. 20,-- voor dat restant jaar redelijk en voldoende was geweest.



© NuthvanToen / Hub Ritzen

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen